Een echte meerwaarde: League of extraordinary people

Visual-league_new-Onbeperkte-Denkers-TipanTekst

De League of Extraordinary People is het netwerk voor en door rijksambtenaren met een bijzonderheid. Het is van meerwaarde voor iedere organisatie om collega’s met een bijzonderheid  te hebben. Zij weten hoe het is om met tegenslagen om te gaan en zijn vaak erg gemotiveerd. Bovendien heeft diversiteit en collega’s die een goede afspiegeling van de maatschappij vormen binnen een team veel toegevoegde waarde.  

Ontwikkeling, beeldvorming en toegankelijkheid

“Mensen komen vaak binnen met een academische opleiding, maar met weinig werkervaring. Zij krijgen dan een baan onder hun opleidingsniveau, zodat ze eerst rustig kunnen acclimatiseren. Daarna zou er een volgende stap moeten komen, zodat mensen zich kunnen ontwikkelen en carrière kunnen maken. Deze stap ontbreekt nogal eens”, vertelt Basten. ‘’De League zet zich in om mensen met een bijzonderheid wél die volgende stap te laten maken.’’

De League wil binnen de rijksoverheid een realistisch beeld neerzetten van mensen met een bijzonderheid.  Dit kan onder andere door open gesprekken aan te gaan. “Er kan sprake zijn van miscommunicatie tussen iemand met een bijzonderheid en het management. Het management kan onnodige angsten hebben om fouten te maken. De medewerker in kwestie ziet dat wel maar weet niet goed hoe dit aan te kaarten. Wij kunnen dan aanschuiven en beide partijen samenbrengen.”

Ook toegankelijkheid speelt een belangrijke rol. “Omdat ik geboren ben met een zware rugafwijking (Scoliose), heb ik een aangepaste stoel. Toen ik bij BZK kwam werken, moest mijn aangepaste stoel van het ene gebouw naar het andere gebouw worden verplaatst. In het gebouw van mijn nieuwe werkgever kreeg ik een mail dat de stoel het pand niet in mocht, omdat deze niet bij het interieur paste. Mijn manager zei toen letterlijk: ‘Die stoel rol ik hier persoonlijk binnen en de eerste persoon die daar wat van zegt, kan een klap voor z’n kop krijgen!’ Het ontvangen van de mail was niet leuk maar met zo’n manager wist ik: dat komt wel goed! We moeten als mensen met een bijzonderheid doorzetten en medestanders zoeken. Dan vergroten we de toegankelijkheid vanzelf. In de eerste plaats doe je dat voor jezelf en in de tweede plaats voor de mensen die na jou komen. En toegankelijkheid omvat veel meer. Het gaat bijvoorbeeld ook over inclusieve sollicitatiegesprekken, veilige werkomgeving, de bespreekbaarheid van beperkingen en toegang tot informatie”, aldus Basten.

Persoonlijke motivatie

“Bij de League vind ik het makkelijker om kansen te pakken dan op mijn werk”, vertelt Marjolein. “Door de League groei ik enorm en dat is ook weer goed voor mijn team. Ook het netwerk spreekt mij aan. In deze tijden van Corona waarin we veel thuis zijn, hebben we wekelijks contact. Dit contact is ook persoonlijk en we organiseren zelfs spelletjesavonden.”

Ivan vult aan: “Ik zeg altijd dat ik twee beperkingen heb. De ene beperking is mijn autisme en de andere beperking is de betekenis die mijn omgeving en ikzelf aan dat label geven. Het kost mij tijd om het stereotype beeld van autisme dat ik over mezelf geleerd heb, los te laten. Door de League leer ik mijzelf te ontwikkelen en te verwoorden waar ik goed in ben.”

 

Hoe de League begon

Basten bracht op verzoek van het management van zijn toenmalige werkgever, het Rijksvastgoedbedrijf, mensen met een bijzonderheid bij elkaar. Het doel: samen bespreken wat er speelt, wat er goed gaat en wat er beter kan. De bijeenkomsten werden enorm gewaardeerd. Mensen konden hun hart luchten, hun successen delen en aangeven wat er beter kon. Soms schoven er mensen aan van HRM, of van het management. “Zij vonden het heel prettig om in een open gesprek te kunnen aangeven wat zij zien en ervaren in het werken met mensen met een bijzonderheid. Dit had een versterkende werking. We besloten om ons informeel te organiseren. We noemden het de League of Extraordinary People.”

De League is Rijksbreed

Managers en ook een SG van verschillende ministeries zijn in gesprek  gegaan met de League en  lieten zich inspireren. “Wat ze zagen, waren intelligente mensen met een goed verhaal, die goed functioneren in een volwaardige baan”, vertelt Basten. Ook bij andere rijksonderdelen zijn en blijven er ‘lokale’ Leagues ontstaan. Alle leagues zijn gericht op ontmoeting, kennisdeling en elkaar versterken.

Oproep

Als je een bijzonderheid hebt, denk alvast na over je volgende stap. Pak zelf de regie en neem het initiatief. Voer een open gesprek met elkaar.

En als manager hoef je de medewerker met een bijzonderheid niet met fluwelen handschoenen aan te pakken. Wees duidelijk, vertel wat er goed gaat en ook wat er beter kan”, aldus Basten. En last but not least: “Help ons om het glazen plafond te slopen. Mensen met een bijzonderheid kunnen zich ook ontwikkelen tot prima managers.”

Werk je bij het Rijk en heb je een bijzonderheid: sluit je aan bij de League. Is er binnen jouw departement nog geen League: richt er dan een op. Voor meer informatie en contact mail naar: league@onbeperktedenkers.nl

Originele artikel kun je vinden op Onbeperkte Denkers

Interview Bert van der Meiden – “Door mijn beperking heb ik geleerd te relativeren”

Bert-van-der-Meiden-Onbeperkte-Denkers-TipanTekst

Bert (64) is getrouwd en heeft een zoon. Hij woont in Ede en geniet enorm van de natuur. Hij maakt veel wandelingen met zijn twee schnauzers in het Veluwse bos. Ook houdt hij van tuinieren en verzamelt hij graag kunst en antiek.

Bert werkte al geruime tijd bij de overheid, voordat hij ziek werd. Hij had diverse adviesfuncties bij de ministeries van Financiën en Economische Zaken. Ook was hij lid van de Commissie Advies Bezwaren Functiewaardering. Door een reorganisatie ging Bert in 2007 werken bij het UBR. “Ook hier heb ik het naar mijn zin. Ik heb plezierige collega’s, een plezierige leidinggevende en leuke opdrachten.”

Incomplete dwarslaesie

In 1998 kreeg Bert pijn in zijn voeten en onderbenen. Na verloop van tijd ging hij slingeren en viel hij regelmatig. “Ze hebben mij een keer opgeraapt aan de kant van de weg. Een andere keer viel ik voor de balie van het CBS.” Terwijl Bert onderzoeken onderging bij neurologen, bleef hij werken. “Ze konden eerst niet ontdekken wat er aan de hand was. Ze dachten aan MS, of aan een tumor, maar dat bleek de oorzaak niet te zijn.” Een jaar later werd de oorzaak gevonden. Er bleek een ader in het ruggenmerg te zitten die daar niet hoorde te zitten. De ader begon te lekken en het vocht uit het ruggenmerg drukte op de zenuwen. Dat veroorzaakte de pijn. In december 1999 werd de ader uit de wervelkolom weggehaald. Het gevolg: een incomplete dwarslaesie.

Doorzetten

Bert ging revalideren bij De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht. “Ik was enorm fanatiek. Ik sportte veel en had veel fysiotherapie. Toen ik na vijf maanden uit het revalidatiecentrum kwam, kon ik 100 meter lopen met mijn krukken. Het was ook eigenwijsheid van mij, maar toen ik thuis kwam, wilde ik een kleine ronde lopen door het bos. Ik heb daar twee uur over gedaan, maar het is mij gelukt.” Bert moest thuis verder revalideren. “Ik scharrelde wat rond in en om huis. Ik vond het heel saai om steeds alleen thuis te zijn.” Na een jaar werd hij gekeurd door het UWV. “Ik werd afgekeurd.” Hij zat anderhalf jaar thuis.

Weer aan het werk

“Toen ik een keer naar Den Haag ging, sprak ik de directeur Personeel en Organisatie. Ik gaf aan dat ik graag weer zou willen werken. Nou, mijn zegen heb je, zei de directeur. Ik ging halve dagen werken, waarvan twee halve dagen in Den Haag en drie halve dagen thuis. Mijn loon wordt voor 50% betaald door het UWV en voor 50% door mijn werkgever. De arbeidsvoorwaarden zijn goed. Ik blijf gedurende mijn hele dienstverband in deze regeling.”

Meerwaarde beperking

“Door mijn beperking heb ik geleerd om te relativeren. Wat maakt het eigenlijk uit: een functieschaaltje meer of minder. Ik word er ook niet warm of koud van, als een directeur zegt dat iets zus of zo moet. Collega’s zeggen vaak tegen mij, dat ik helder en duidelijk ben. Ik werk twintig uur en als ik dan een klus krijg waarvan ik weet dat het onmogelijk is om deze in de gevraagde tijd klaar te hebben, geef ik dat van tevoren al aan. Ik heb geleerd om met begrenzing te werken. Het is natuurlijk wel belangrijk om uit te leggen waarom iets niet kan.”

Aanpassingen

Voor zijn werk heeft Bert niet veel aanpassingen. “Ik kan wel een stukje lopen, maar ik heb veel zenuwpijn en kan niet lang zitten. Ik heb een goed bureau en een aangepaste bureaustoel. Ik heb een tijd een taxivoorziening gehad om van en naar het station te gaan. In het begin ging dat wel goed, maar op een gegeven moment kwam de taxi steeds te laat, waardoor ik te laat in de trein zat. Dan kwam ik in de spits terecht en dat is echt geen pretje. Ik kan niet blijven staan en mensen gingen niet voor mij opstaan. Ik heb toen maar besloten om weer te leren fietsen. Dat ging wel goed. De afstand naar het station kan ik net halen. Maar nu met Corona verwacht ik niet, dat ik gauw weer in een trein zal stappen. Ik val met mijn dwarslaesie in de risicogroep en heb daarnaast snel last van benauwdheid. Het thuiswerken gaat overigens prima. Er is veel mogelijk met videobellen en nu de restricties weer minder worden, komen er ook regelmatig collega’s bij mij thuis voor overleggen. Bij mooi weer zitten we dan heerlijk in de tuin.”

Ga werken als het lukt

Bert heeft nog een aantal tips voor mensen met een arbeidsbeperking. “Ik raad iedereen aan om, als het mogelijk is, iets van werk te doen. Je wordt er hartstikke gek van om de hele dag thuis te zitten. Werken is goed voor je contacten en je blik blijft ruim. Kijk niet naar wat je niet kunt, maar naar wat je wel kunt. Laat je hoofd niet zo snel hangen. Zorg ervoor dat jezelf de regie neemt; een ander doet het niet voor je. Wacht niet af tot het UWV stappen zet, maar ga zelf naar je werkgever. Licht het UWV wel voortijdig en goed in. Als je thuis komt te zitten door een beperking zorg er dan voor dat je in contact blijft met collega’s. In mijn revalidatieperiode heb ik regelmatig rapporten gelezen van mijn collega’s. Ik wist dat er een reorganisatie was en ik weet daar toevallig veel van af. Ik ga liever lezen, dan niksen. Ga niet zomaar overal werken, maar kijk wat je leuk vindt. Zeg niet overal ja op, probeer gezond te blijven en zorg goed voor jezelf.”

Tips voor de overheid

Ook heeft Bert nog een aantal tips voor de overheid. “De meeste functies zijn geschikt, of kunnen zo aangepast worden, dat mensen met een arbeidsbeperking ze prima kunnen uitvoeren. Eventueel kan men de functies labelen. Daarbij kan men zo nodig aangeven met welke arbeidsbeperking een bepaalde functie absoluut niet kan worden uitgevoerd. De overheid kan het UWV op de hoogte stellen van wat voor functies er zijn, zodat het UWV kandidaten kan doorverwijzen naar deze functies. Het is belangrijk om het proces goed te faciliteren, zodat mensen niet steeds het wiel opnieuw hoeven uit te vinden en zich volledig kunnen richten op hun eigen functie.”

Originele artikel kun je vinden op Onbeperkte Denkers

Interview Ries Schmitz – “Van thuiszitten word ik gek”

Ries-Minerva-Onbeperkte-Denkers-TipanTekst

Ries (63) is getrouwd en heeft drie kinderen uit een eerder huwelijk en twee bonuskinderen van zijn huidige vrouw. Hij woont in Scheveningen, vlakbij de duinen. “Binnen vijf minuten ben ik op het strand.” Ries sport twee keer per week in de sportschool en wandelt veel. Ook is hij vrijwilliger bij Mentor Support en doet hij sinds kort vrijwilligerswerk bij het museum Oranjehotel. Hier hebben in de Tweede Wereldoorlog verzetsstrijders gevangen gezeten.

Hij heeft ook zijn stamboom uitgezocht. “Een van mijn voorvaderen blijkt co-founder van Heineken te zijn.”

Van thuiszitten word ik gek

Ries Schmitz werkt al meer dan dertig jaar voor de overheid. Ries vervulde verschillende functies, zoals hoofd van de administratieve organisatie, promotor voor FAIS en kostprijsdeskundige. In 1991 werd bij Ries een hersentumor ontdekt. Doordat zijn geheugencentrum was aangetast, lukte het niet meer om te werken. Na anderhalf jaar ziek thuis te zijn geweest, stapte hij naar de directeur en zei: “Geef mij alsjeblieft werk. Ik word helemaal gek van het thuiszitten.” Zijn werkgever liet hem in 1993 testen en het bleek dat Ries 80-100% was afgekeurd voor zijn huidige functie. “Ik kon eventueel wel halve dagen ondersteunend werk doen. Dit greep ik direct met beide handen aan. Maar zie je het voor je: een secretarieel medewerker met geheugenproblemen?” Ries pakte andere klussen op, die niet bij het reguliere werk van de afdeling hoorden. “Voor beleidsmedewerkers deed ik uiteenlopende klussen. Zo maakte ik bijvoorbeeld PowerPointpresentaties. Daar was ik goed in. Ook zocht ik uit welk tijdregistratiesysteem we bij de afdeling konden gebruiken.

Ik zorgde er zelf wel voor dat ik werk kreeg. Ik maak nog steeds gebruik van mijn contacten om werk naar mij toe te halen.” Na een reorganisatie in 2001 ondersteunt Ries verschillende projecten. Een van die projecten is “evacuatie grote overstromingen”, www.overstroomik.nl. Nu biedt hij ondersteuning aan een project van diverse ministeries om meer “water”-opdrachten voor het Nederlandse bedrijfsleven, vanuit het buitenland, binnen te halen.

Onzichtbare beperking

“Niemand ziet of hoort aan mij dat ik een beperking heb. De kras op mijn hoofd zit onder mijn haar. Daarom is het voor mij extra belangrijk om aan te geven wat mijn beperking is. Als ik wil, kan ik meepraten als een directeur, maar het is vooral belangrijk dat ik eerlijk en open ben over mijn beperking. Het is voor een manager heel lastig als hij geconfronteerd wordt met een beperking, terwijl hij ervan uit gaat, dat iemand iets wel kan. Want als mensen het niet weten, kunnen ze er ook geen rekening mee houden.”

Laat zien wat je wilt en wat je kunt

Ries heeft een aantal tips voor mensen met een arbeidsbeperking. “Als iemand met een beperking krijg je algauw het stempel dat je niets kan. Laat daarom zien wat je wel kunt en wat je wilt: straal dit ook uit. Een kruiwagentje, iemand die je begeleidt naar het juiste traject, is daarin erg belangrijk. Verkoop jezelf en laat je competenties zien. Neem zelf de regie en ga niet afwachten. Vraag veel en zorg dat je de organisatie kent. Vraag een organogram en zorg ervoor dat je weet bij wie je in de organisatie moet zijn voor bijvoorbeeld werkplekaanpassingen. Als je zelf de regie neemt, ga je steeds beter functioneren en dit ziet je omgeving ook.”

Niet op je tenen lopen

“Iemand met een beperking is vaak extra gemotiveerd om waar te maken wat hij heeft beloofd. Ik sta altijd voor in de rij om mijzelf aan te melden, als er gevraagd wordt om een bepaald soort ondersteuning. Het is daarbij wel belangrijk dat je niet op je tenen gaat lopen en goed voor jezelf blijft zorgen. Als mensen merken dat je goede resultaten levert, word je vaker gevraagd voor een klus. Het is daarbij belangrijk om duidelijk je grenzen aan te geven. Je kunt beter van tevoren aangeven wat je beperkingen zijn, dan achteraf moeten aangeven dat het niet gelukt is. Nee verkopen is niet leuk. Daarom is het van groot belang dat je voor jezelf weet wat je beperkingen zijn en hoe dat jou beperkt in je werk.”

Tips voor de overheid

“Ik wil niet tegen de overheid zeggen wat ze moeten doen, maar wel wat ze kunnen doen. Kijk naar de capaciteiten van mensen met een arbeidsbeperking en niet slechts naar de beperkingen. Als je iemand met een arbeidsbeperking in dienst neemt, dan krijg je iemand die veel gemotiveerder is, dan iemand die je zomaar van de arbeidsmarkt plukt.” Ries heeft nog een andere tip: “Wijs binnen een organisatie een aanspreekpunt aan voor iemand met een arbeidsbeperking, zodat hij weet waar hij terecht kan met vragen over bijvoorbeeld werkplekaanpassingen. Op deze manier hoeft het wiel niet steeds opnieuw uitgevonden te worden.”

Meerwaarde beperking

“Mijn beperking heeft mij tot een ander mens gemaakt. Vroeger wist ik altijd alles beter. Ik had een supergeheugen en dat was voor mensen heel confronterend. Voor mijn carrière was dat super, maar voor mijn omgeving was dat minder. Mensen vinden mij een fijner persoon: minder zakelijk en meer menselijk. Het geeft mij een goed gevoel om anderen te helpen. Als iemand niet op je pad komt, kun je zelf ook naar iemand op zoek gaan. Er is er maar één die jou gelukkig kan maken en dat ben jezelf. Ik bewijs mijzelf in mijn werk, doordat ik plezier heb in mijn werk. Als je lol hebt in je werk, heb je voldoening in je werk. Natuurlijk zijn er altijd dingen die ik minder leuk vind, die moeten ook gebeuren. Maar ik meld me graag aan voor leuke dingen en haal de krenten uit de pap. Het leven is een groot feest. Je moet alleen wel zelf de slingers ophangen.”

Originele artikel kun je vinden op Onbeperkte Denkers