Interview Ries Schmitz – “Van thuiszitten word ik gek”

Ries-Minerva-Onbeperkte-Denkers-TipanTekst

Deel op social media

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Ries (63) is getrouwd en heeft drie kinderen uit een eerder huwelijk en twee bonuskinderen van zijn huidige vrouw. Hij woont in Scheveningen, vlakbij de duinen. “Binnen vijf minuten ben ik op het strand.” Ries sport twee keer per week in de sportschool en wandelt veel. Ook is hij vrijwilliger bij Mentor Support en doet hij sinds kort vrijwilligerswerk bij het museum Oranjehotel. Hier hebben in de Tweede Wereldoorlog verzetsstrijders gevangen gezeten.

Hij heeft ook zijn stamboom uitgezocht. “Een van mijn voorvaderen blijkt co-founder van Heineken te zijn.”

Van thuiszitten word ik gek

Ries Schmitz werkt al meer dan dertig jaar voor de overheid. Ries vervulde verschillende functies, zoals hoofd van de administratieve organisatie, promotor voor FAIS en kostprijsdeskundige. In 1991 werd bij Ries een hersentumor ontdekt. Doordat zijn geheugencentrum was aangetast, lukte het niet meer om te werken. Na anderhalf jaar ziek thuis te zijn geweest, stapte hij naar de directeur en zei: “Geef mij alsjeblieft werk. Ik word helemaal gek van het thuiszitten.” Zijn werkgever liet hem in 1993 testen en het bleek dat Ries 80-100% was afgekeurd voor zijn huidige functie. “Ik kon eventueel wel halve dagen ondersteunend werk doen. Dit greep ik direct met beide handen aan. Maar zie je het voor je: een secretarieel medewerker met geheugenproblemen?” Ries pakte andere klussen op, die niet bij het reguliere werk van de afdeling hoorden. “Voor beleidsmedewerkers deed ik uiteenlopende klussen. Zo maakte ik bijvoorbeeld PowerPointpresentaties. Daar was ik goed in. Ook zocht ik uit welk tijdregistratiesysteem we bij de afdeling konden gebruiken.

Ik zorgde er zelf wel voor dat ik werk kreeg. Ik maak nog steeds gebruik van mijn contacten om werk naar mij toe te halen.” Na een reorganisatie in 2001 ondersteunt Ries verschillende projecten. Een van die projecten is “evacuatie grote overstromingen”, www.overstroomik.nl. Nu biedt hij ondersteuning aan een project van diverse ministeries om meer “water”-opdrachten voor het Nederlandse bedrijfsleven, vanuit het buitenland, binnen te halen.

Onzichtbare beperking

“Niemand ziet of hoort aan mij dat ik een beperking heb. De kras op mijn hoofd zit onder mijn haar. Daarom is het voor mij extra belangrijk om aan te geven wat mijn beperking is. Als ik wil, kan ik meepraten als een directeur, maar het is vooral belangrijk dat ik eerlijk en open ben over mijn beperking. Het is voor een manager heel lastig als hij geconfronteerd wordt met een beperking, terwijl hij ervan uit gaat, dat iemand iets wel kan. Want als mensen het niet weten, kunnen ze er ook geen rekening mee houden.”

Laat zien wat je wilt en wat je kunt

Ries heeft een aantal tips voor mensen met een arbeidsbeperking. “Als iemand met een beperking krijg je algauw het stempel dat je niets kan. Laat daarom zien wat je wel kunt en wat je wilt: straal dit ook uit. Een kruiwagentje, iemand die je begeleidt naar het juiste traject, is daarin erg belangrijk. Verkoop jezelf en laat je competenties zien. Neem zelf de regie en ga niet afwachten. Vraag veel en zorg dat je de organisatie kent. Vraag een organogram en zorg ervoor dat je weet bij wie je in de organisatie moet zijn voor bijvoorbeeld werkplekaanpassingen. Als je zelf de regie neemt, ga je steeds beter functioneren en dit ziet je omgeving ook.”

Niet op je tenen lopen

“Iemand met een beperking is vaak extra gemotiveerd om waar te maken wat hij heeft beloofd. Ik sta altijd voor in de rij om mijzelf aan te melden, als er gevraagd wordt om een bepaald soort ondersteuning. Het is daarbij wel belangrijk dat je niet op je tenen gaat lopen en goed voor jezelf blijft zorgen. Als mensen merken dat je goede resultaten levert, word je vaker gevraagd voor een klus. Het is daarbij belangrijk om duidelijk je grenzen aan te geven. Je kunt beter van tevoren aangeven wat je beperkingen zijn, dan achteraf moeten aangeven dat het niet gelukt is. Nee verkopen is niet leuk. Daarom is het van groot belang dat je voor jezelf weet wat je beperkingen zijn en hoe dat jou beperkt in je werk.”

Tips voor de overheid

“Ik wil niet tegen de overheid zeggen wat ze moeten doen, maar wel wat ze kunnen doen. Kijk naar de capaciteiten van mensen met een arbeidsbeperking en niet slechts naar de beperkingen. Als je iemand met een arbeidsbeperking in dienst neemt, dan krijg je iemand die veel gemotiveerder is, dan iemand die je zomaar van de arbeidsmarkt plukt.” Ries heeft nog een andere tip: “Wijs binnen een organisatie een aanspreekpunt aan voor iemand met een arbeidsbeperking, zodat hij weet waar hij terecht kan met vragen over bijvoorbeeld werkplekaanpassingen. Op deze manier hoeft het wiel niet steeds opnieuw uitgevonden te worden.”

Meerwaarde beperking

“Mijn beperking heeft mij tot een ander mens gemaakt. Vroeger wist ik altijd alles beter. Ik had een supergeheugen en dat was voor mensen heel confronterend. Voor mijn carrière was dat super, maar voor mijn omgeving was dat minder. Mensen vinden mij een fijner persoon: minder zakelijk en meer menselijk. Het geeft mij een goed gevoel om anderen te helpen. Als iemand niet op je pad komt, kun je zelf ook naar iemand op zoek gaan. Er is er maar één die jou gelukkig kan maken en dat ben jezelf. Ik bewijs mijzelf in mijn werk, doordat ik plezier heb in mijn werk. Als je lol hebt in je werk, heb je voldoening in je werk. Natuurlijk zijn er altijd dingen die ik minder leuk vind, die moeten ook gebeuren. Maar ik meld me graag aan voor leuke dingen en haal de krenten uit de pap. Het leven is een groot feest. Je moet alleen wel zelf de slingers ophangen.”

Originele artikel kun je vinden op Onbeperkte Denkers

Andere artikelen